15. Drugs

Komt hepatitis C vaak voor bij druggebruikers?

Besmetting met het hepatitis C-virus (HCV) is op grote schaal verspreid bij mensen die ooit drugs hebben geïnjecteerd. In alle landen van de Europese Unie ligt de incidentie van HCV onder injecterende druggebruikers enorm hoog (van ongeveer 30 % tot meer dan 90 %). Injecterende druggebruikers behoren momenteel tot de grootste risicogroep voor HCV-overdracht in West-Europa. Andere wegen voor hepatitis C-besmetting werden doeltreffend aangepakt, bijvoorbeeld infectie via besmet bloed werd door bloedtesten geëlimineerd.

In de EU zijn de meeste nieuwe besmettingen toe te schrijven aan injecterend druggebruik. In sommige landen loopt dit zelfs op tot 90 %. Omdat nieuwe besmettingen vaak jarenlang onopgemerkt blijven, is het moeilijk de omvang van HCV-besmettingen nauwkeurig vast te stellen. Naar schatting zouden ongeveer 500.000 injecterende druggebruikers in de EU besmet zijn met HCV.

HCV is erg besmettelijk, ongeveer tien keer besmettelijker dan HIV. Door het delen van naalden, spuiten en andere attributen en gebrek aan spuithygiëne lopen injecterende druggebruikers groot gevaar op HCV-besmetting. Zelfs als zij ervan overtuigd zijn veilig te werk te gaan, lopen druggebruikers nog groot gevaar, omdat de HIV-preventiemaatregelen die zij geleerd hebben, niet toereikend zijn voor het hepatitis C-virus.

Hoe tracht men in België het aantal C-besmettingen bij druggebruikers terug te dringen?

Wereldwijd schat men dat van de 16 miljoen mensen die drugs injecteren, er 10 miljoen besmet zijn met hepatitis C. In landen met de hardste drugswetgeving is meer dan 90 procent besmet. Van de ongeveer 2.000 nieuwe besmettingen per jaar bij drugsgebruikers in België gebeurt meer dan 80 % via besmette naalden of ander materiaal dat gedeeld wordt. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht de maatregelen om het aantal besmettingen te verminderen, zoals spuitenruil en het verstrekken van vervangende middelen, zoals methadon. Ze blijken vooral doeltreffend en kosteneffectief om HIV-besmettingen te beperken, maar hun effect op hepatitis C is minder duidelijk.

Enkele feiten

  • Prevalentie (het percentage van de bevolking met een bepaalde aandoening) is 2,5 x hoger bij intraveneuze druggebruikers dan bij niet-intraveneuze druggebruikers.
  • HCV komt vaker voor dan HBV en HIV.
  • HCV-positieven zijn steeds hoger in hogere leeftijdsgroepen.
  • Van met hepatitis geïnfecteerden is 81,8 % intraveneuze druggebruiker.
  • Drugsgebruikers worden vaak al in het eerste jaar dat ze injectienaalden gebruiken besmet met het hepatitis C-virus.
  • Aangezien slechts een beperkt aantal met HCV besmette mensen in een vroeg stadium ziektesymptomen vertoont, wordt HCV vaak veel later vastgesteld in de chronische fase. Veel huidige en vroegere intraveneuze gebruikers zijn zich niet bewust van hun HCV-besmetting. Hierdoor is het moeilijk deze mensen te behandelen vóór ernstige leverbeschadiging optreedt.
  • De laatste jaren zijn de behandelingsresultaten voor HCV sterk verbeterd, waardoor een betere levenskwaliteit, hogere levensverwachting en minder risico op besmetting van anderen kunnen worden gegarandeerd.
  • Ondanks het feit dat injecterende druggebruikers tot de grootste door HCV getroffen groep behoren, krijgen vele besmette druggebruikers geen behandeling.
  • Bijwerkingen van de behandeling met interferon, waaronder ernstige depressie, worden als heel onaangenaam ervaren en kunnen het percentage besmette mensen dat een behandeling start en deze afmaakt beïnvloeden. Ze kunnen zelfs leiden tot het afbreken van de behandeling.
  • Recente onderzoeken hebben echter aangetoond dat deze bijwerkingen eveneens met succes kunnen worden behandeld.
  • Met HCV besmette, injecterende druggebruikers worden soms uitgesloten van behandeling omdat verondersteld wordt dat de kans op therapietrouw klein en het risico op herbesmetting groot is, en omdat de drugverslaving eerst moet worden aangepakt.
  • Onderzoekers hebben echter aangetoond dat injecterende druggebruikers met succes kunnen worden behandeld, met dezelfde graad van therapietrouw als bij niet druggebruikers en dat het risico op herbesmetting niet hoger ligt dan bij niet injecterende druggebruikers. Bovendien zal de behandeling van een aanzienlijk deel van HCV besmette druggebruikers hoogstwaarschijnlijk leiden tot een afname van de overdracht van de ziekte.

Welke voorzorgen kunnen injecterende druggebruikers nemen?

Als je drugs intraveneus injecteert en injectiemateriaal deelt, kan je anderen blootstellen aan infectie met hepatitis C. Dit geldt voor de naald en spuit, alsook voor water, filters en lepels – zelfs wanneer je een nieuwe naald gebruikt. Elke naald die al eerder werd gebruikt kan nog onzichtbare druppels bloed bevatten. Wanneer die in een lepel wordt geplaatst, kan het bloed oplossen in het water en zo worden achtergelaten op de lepel of filter en iemand anders besmetten.

De beste manier om te voorkomen dat de ziekte wordt doorgegeven is nieuwe spuiten, nieuwe naalden, een schone lepel, steriel water en een nieuw filter gebruiken. Het schoonmaken van injectiemateriaal verwijdert het hepatitis C-virus niet 100% zeker.

Voorzorgen die je kan nemen bij injectie.

  • Gebruik een lepel, water, filter, watje en tourniquet,
  • was je handen met warm water en zeep voor en na de injectie,
  • maak de lepel schoon met een schoon wattenstaafje,
  • hou je materiaal weg van dat van je vrienden,
  • injecteer jezelf,
  • als iemand anders je injecteert, controleer dan of de persoon zijn/haar handen wast,
  • als je bloed op je handen krijgt, was ze dan voor je iets anders aanraakt,
  • als je toch iets aanraakt voor je je handen hebt kunnen wassen, behandel het dan als een besmet voorwerp,
  • gooi je gebruikte filters, wattenstaafjes e.d. weg op de goeie manier: door ze in een naaldencontainer of plastic flesje te stoppen (zoek naar flesjes met ‘PET’ op de bodem: die zijn extra sterk),
  • gooi je naalden niet in een blikje of glazen fles: kinderen kunnen die oprapen om te recycleren en zich prikken aan de besmette naald, en glazen flesjes breken snel.

Het is belangrijk gebruikte naalden voorzichtig te verwijderen. De beste plaats is een scherpafvalcontainer, die je kan krijgen bij je  lokale spuitenomruil en sommige apothekers. Bijna even goed is om de dop terug op de naald te doen en ze in een afgesloten plastic houder te plaatsen. Opgelet: alleen jijzelf mag de dop terug op de naald doen. Als iemand uit je naaste omgeving dit doet en zich in de vinger prikt is er een grote kans op besmetting.

Naalden hergebruiken is dus echt de laatste optie. Als je toch naalden schoonmaakt, hou dan volgende richtlijnen in het achterhoofd.

  • Spoel de naald meteen na gebruik af met koud water. Laat het water weglopen in de gootsteen of in een leeg waterflesje.
  • Doe dit zodra je klaar bent met de naald, want opgedroogd bloed is moeilijk te verwijderen. Gebruik altijd koud water, omdat warm water het bloed doet opdrogen en zo de naald blokkeert.
  • Vul de naald met bleekmiddel met een hoge concentratie. Gebruik het sterkste bleekmiddel dat je kan vinden (meestal ook het duurst). Als de naald vol bleekmiddel zit, plaats je de dop op de naald en schud je ze gedurende ongeveer 30 seconden. Spuit het bleekmiddel vervolgens weg in de gootsteen of in het lege flesje. Herhaal deze handelingen, inclusief het schudden gedurende 30 seconden.
  • Neem een verse hoeveelheid schoon water om de naald minstens twee keer af te spoelen. Laat het water opnieuw weglopen via de gootsteen of in een leeg waterflesje, niet in het flesje waar je schoon water en bleekmiddel zitten. Leeg al je flesjes in de gootsteen als je klaar bent.

Wat zijn de effecten van geestverruimende middelen?

Veel recreatieve drugs worden verwerkt door de lever en zijn toxisch voor de lever. Sommige zijn giftiger dan andere, maar ze zullen allemaal je lever belasten. In het algemeen is het injecteren van drugs gevaarlijker, omdat het het filtersysteem van de maag omzeilt. Naast de actieve ingrediënten, kunnen er in recreatieve drugs ook andere, ongespecificeerde en onbekende ingrediënten zitten, zoals talkpoeder, bloem en andere gemalen drugs. Het is moeilijk vast te stellen welk effect deze stoffen kunnen hebben op de lever. Als je wil stoppen met het gebruiken van recreatieve drugs, zijn er plaatsen waar je hulp kan krijgen. Als je dat niet doet, kan je proberen de schade die ze veroorzaken te verminderen.

Als je HCV+ bent, zullen alcohol en andere drugs je lever nog meer overbelasten. En zelfs als je al HCV hebt gehad, ben je nog steeds vatbaar voor herbesmetting als je jezelf blootstelt aan het virus door op een onveilige manier drugs te gebruiken. Er zijn verschillende types en variaties van HCV, en telkens je besmet raakt met een andere soort, lijkt het alsof je voor het eerst besmet werd. Hepatitis vergroot over het algemeen de kans op een overdosis (vooral bij alcohol, en kalmeermiddelen met benzodiazepine, zoals Serepax, Rohypnol, Valium, Mogadon en Temazepam), omdat de lever de drugdosissen waaraan de gebruiker vroeger gewend was geraakt, niet kan verwerken. Serepax is beter dan andere benzodiazepines, maar veroorzaakt nog steeds problemen.

Kan methadon een alternatief zijn?

Als gebruikers verslaafd zijn aan opium, kan methadon een alternatief zijn, simpelweg omdat het beschikbaar is in pure vorm.  Wat druggebruik betreft zijn pure vormen ‘beter’ (methadon is bijvoorbeeld minder schadelijk dan straatheroïne, en amfetamines uit de apotheek zijn beter dan die je op straat koopt), maar ze zijn maar een beetje beter. Je kan best volledig clean zijn als je hepatitis C hebt, zodat de lever niet de extra inspanning moet doen om zich te herstellen.

Is drugs snuiven veiliger?

Als je een opgerold briefje of rietje deelt voor het snuiven van drugs, riskeer je jezelf en anderen bloot te stellen aan hepatitis C. Dit geldt vooral als je neus bloedt. Vooral cocaïne is zeer alkalisch en corrosief voor de dunne membranen in de neus. Zelfs als minuscule druppels van je bloed – vaak te klein om te zien – op het rietje of briefje terechtkomen, is het heel goed mogelijk dat bloed-bloedcontact kan plaatsvinden via het neusslijmvlies.

Waar kan je hulp krijgen?

Als je hebt besloten je levensstijl te wijzigen, kan je best een beetje hulp of steun gebruiken. Sommige personen of organisaties zullen je meteen kunnen helpen, andere zullen je doorverwijzen naar een beter geplaatste hulpverlener.

De DrugLijn
Informatie: www.druglijn.be
Bel: 078 15 10 20
Stel je vraag anoniem via e-mail: http://www.druglijn.be/contact/stel-je-vraag-via-e-mail.aspx
Praat via Skype: http://www.druglijn.be/contact/skype-met-de-druglijn.aspx
Chat met De DrugLijn: http://www.druglijn.be/contact/chat-met-de-druglijn.aspx


Bronnen: