15. Kinderen

Komt hepatitis B bij kinderen vaak voor?

KinderenHepatitis B is een leverziekte die het gevolg is van een (chronische) infectie met het hepatitis B-virus (HBV), die bij kinderen, die geboren zijn buiten België, regelmatig voorkomt. In gebieden waar veel adoptiekinderen vandaan komen, zoals Zuid-Oost-Azië, Zuid-Amerika en zuidelijk Afrika, is meer dan 8 % van de bevolking chronisch besmet met het virus. Overdracht van het virus vindt veelal bij de geboorte plaats, van een besmette moeder naar haar kind. Na de bevalling heeft een kind 90 % kans op een chronische hepatitis B.

De meeste besmette kinderen merken er weinig van en leven lang en gelukkig. Bij sommige kinderen is de ziekte meer nadrukkelijk aanwezig en speelt ze in het dagelijks leven een grotere rol.

Als kinderen besmet zijn met het hepatitis B-virus kan dit bij uitzondering op jonge leeftijd, maar meestal op latere leeftijd, gezondheidsproblemen veroorzaken. Het is voor alle chronisch besmette kinderen belangrijk om goed begeleid te worden door een specialist (kindergastro-enteroloog, dat is een kinderarts gespecialiseerd in maag-darm-leverziekten).

Hepatitis B is naast een leverziekte ook een infectieziekte. Dit betekent dat besmette kinderen het virus aan anderen kunnen overdragen.

Waar komt besmetting met hepatitis B het meest voor?

Besmetting met HBV komt in sommige delen van de wereld vaker voor dan in andere. Veel kinderen die geadopteerd worden komen uit regio’s waar hepatitis B gangbaar is. 3 à 3,5 % van die geadopteerde kinderen zijn dragers van hepatitis B.

De gebieden waar besmetting met hepatitis B het meest voorkomt zijn onder andere: Zuidoost-Azië, Sub-Saharisch Afrika, het Amazonebekken, delen van het Midden-Oosten, de Centraal-Afrikaanse Republieken en sommige landen in Oost-Europa. In deze delen van de wereld kan tot 70 à 90 % van de bevolking op een gegeven moment besmet zijn geweest.

Delen van het Midden-Oosten, Centraal- en Zuid-Amerika, Centraal-Azië en sommige delen van Zuid-Europa hebben hogere besmettingscijfers, hoewel in veel van deze wereldregio’s de besmettingsgraad aan het dalen is, dankzij grote inentingscampagnes. Zelfs in gebieden waar besmetting met hepatitis B niet zo frequent is (Noord-Amerika, West- en Noord-Europa en Australië), is waarschijnlijk 5 à 10 % van de bevolking ooit in aanraking met het virus gekomen.

  • Alle kinderen die geadopteerd zijn uit landen waar hepatitis B gewoonlijk voorkomt, zouden moeten getest worden op hepatitis B, vanaf het moment dat ze in hun nieuw thuisland aankomen.
  • Alle familieleden zouden moeten ingeënt worden tegen hepatitis B voor de komst van het geadopteerde kind in zijn/haar nieuwe thuis.

Hoe worden kinderen met hepatitis B besmet?

Het hepatitis B-virus kan op verschillende manieren overgedragen worden, namelijk via bloed-bloed of seksueel contact.

Bij pasgeborenen is de besmettingsroute meestal een bloedcontact tussen moeder en kind tijdens de bevalling. Een groot gedeelte van deze besmette kinderen blijft het virus gedurende de rest van hun leven meedragen. Zij blijven HBsAg-positief en daarmee besmettelijk voor anderen. Ook na de geboorte is er een geringe kans om geïnfecteerd te raken bij de verzorging door hun HBsAg-positieve moeder of een HBsAg-positief gezinslid. In veel gevallen zijn dan ook andere gezinsleden drager van het hepatitis B-virus.

Deze twee besmettingsroutes komen veel voor in Zuid-Oost-Azië, China, Oceanië, Tropisch Afrika en Japan. In mindere mate ook in Oost-Europa, de voormalige USSR, het Middellandse Zeegebied, delen van Amerika, het Midden-Oosten en het Amazonegebied. In België kunnen zwangere vrouwen zich vrijwillig laten testen op hepatitis B. Kinderen geboren uit een HBsAg-positieve moeder moeten binnen 12 uur na de geboorte worden ingeënt. Met de vaccinatie mag dan niet worden gewacht tot de routine neonatale vaccinaties bij Kind en Gezin worden gegeven.

Wat zijn de gevolgen van een besmetting met hepatitis B?

Kinderen die vroeg besmet raken, hebben een grotere kans om een chronische infectie te ontwikkelen, wat betekent dat de infectie niet uit zichzelf verdwijnt en dat de persoon waarschijnlijk levenslang drager van het virus wordt.

Zij die als pasgeborenen besmet zijn, hebben het grootste risico om dragers te worden en om nadien lange termijnziektes te ontwikkelen, zoals leverkanker of levercirrose. Chronisch besmette personen kunnen het virus op anderen overdragen.

Wat als een kind met hepatitis B in België komt wonen?

AdoptieIn het geval van adoptie moet in het land van herkomst een gezondheidsrapport opgesteld worden, waarin alle medische gegevens van het kind staan. Ervaring leert dat lang niet altijd een (volledig) gezondheidsrapport wordt meegestuurd. Niet alle hepatitis B-uitslagen worden in het rapport opgenomen of op de juiste manier vermeld. Het is verstandig om binnen twee weken na aankomst bij een kinderarts met tropenervaring langs te gaan voor herhalings- of vervolgonderzoek.

Welke testen moet je geadopteerd kind ondergaan?

Gezinnen die kinderen adopteren uit landen waar hepatitis B vaak voorkomt, moeten hen laten testen op hepatitis B. De tests zouden moeten uitgevoerd worden in het thuisland van de adoptieouders, omdat niet elk land toegang heeft tot de meest gevoelige en accurate tests die momenteel verkrijgbaar zijn. De test op hepatitis B zou moeten uitgevoerd worden in het kader van een volledig medisch onderzoek van het geadopteerde kind.

De tests zijn hoogst noodzakelijk. Het feit dat een kind er gezond uitziet, is geen aanwijzing dat het niet besmet is. De meeste kinderen die drager van het virus zijn, zien er namelijk lichamelijk gezond uit.

Er bestaan verschillende tests voor hepatitis B:

  • oppervlakteantigeen van hepatitis B (HBsAg),
  • e-antigeen van hepatitis B (BHeAg), uit te voeren als het kind positief test op HBsAg,
  • antistoffen tegen het oppervlakte-antigeen van hepatitis B (anti-HBs),
  • antistoffen tegen het hepatitis B-core-antigeen (anti-HBc).

Indien een kind positief test op HBsAg, dan is het met het hepatitis B-virus besmet. Om aan te tonen dat het kind chronisch besmet is, moet de HBsAg-test na 6 maanden herhaald worden.

Doctor holding inhaler mask for kid breathing, hospitalIndien een kind negatief test op HBsAg, dan is het geen drager. Er zijn dan verschillende mogelijkheden:

  • een positief resultaat op een anti-HBs-test kan betekenen dat het kind ofwel hepatitis B heeft gehad ofwel is ingeënt,
  • indien de testen op anti-HBc en anti-HBs beide positief zijn, is het kind blootgesteld geweest aan het hepatitis B-virus, maar heeft het het virus geklaard en is het immuun,
  • indien enkel anti-HBs positief is, heeft het kind immuniteit na vaccinatie,
  • indien enkel anti-HBc positief is, is het kind eveneens blootgesteld geweest aan het virus maar zijn de anti-HBs-antistoffen al verdwenen,
  • indien noch anti-HBc noch anti-HBc aanwezig zijn, is het kind nooit in contact geweest met het virus. Het is dan mogelijk vatbaar voor hepatitis B en het komt in aanmerking voor vaccinatie.

Het hepatitis B-virus is niet de enige vorm van virale hepatitis. Het is aangeraden om geadopteerde kinderen (in het bijzonder degenen die besmet zijn met het hepatitis B-virus of degenen die geboren zijn in gebieden waar hepatitis C vaak voorkomt) te laten testen op andere vormen van virale hepatitis. Er zijn tests voor hepatitis C beschikbaar.

Je kind testte negatief op hepatitis B. Moet het immuun gemaakt worden?

De Wereldgezondheidsorganisatie raadde in 1991 aan dat alle landen de inenting tegen hepatitis B aan de gebruikelijke kind-inentingen zouden toevoegen. 110 landen hebben dit reeds gedaan. Toch wordt slechts 40 % van alle pasgeborenen ter wereld in deze landen geboren. Dus ja, je geadopteerd kind moet worden ingeënt, zoals voor alle kinderen aangeraden is.

Je kind testte positief op hepatitis B. Wat moet je doen?

Kinderen die chronisch besmet zijn met hepatitis B, moeten onderzocht worden om vast te stellen of een chronische leveraandoening aanwezig is en welke behandeling nodig is. Indien een kind chronisch besmet is, is een levenslange opvolging nodig. Indien het kind reeds lijdt aan een ernstige leveraandoening, moet het doorgestuurd worden naar een kindergastro-enteroloog om de beste behandeling te bepalen. Er is geen 100 % efficiënte behandeling voor hepatitis B. Alfa-interferon en lamivudine worden soms gebruikt bij patiënten met een leverziekte. Een regelmatige consultatie bij je kindergastro-enteroloog zal noodzakelijk zijn.

Hoe verloopt een chronische infectie?

Bij 90 % van de kinderen die in hun eerste levensjaar besmet zijn met het hepatitis B-virus, heeft de infectie een chronisch verloop. Veel kinderen ontwikkelen een chronische inactieve hepatitis B, sommigen echter een chronische actieve hepatitis B. Bij de overige 10% geneest de infectie vanzelf binnen zes maanden en zijn ze de rest van hun leven immuun tegen hepatitis B.

Chronische inactieve hepatitis B-infectie

Bij een chronische inactieve hepatitis B is er geen of zeer weinig ziekte-activiteit in het bloed te meten. Toch is het virus nog steeds in het lichaam aanwezig en ook de besmettelijkheid blijft. Het HBsAg blijft positief. Een chronische inactieve hepatitis heeft op de lange duur meestal weinig gevolgen en veroorzaakt weinig tot geen klachten. Wel is er na tientallen jaren een gering verhoogd risico op leverkanker. In zeldzame gevallen kan het virus opeens (weer) actief worden. Waarom dit gebeurt, is nog niet precies bekend. Er ontwikkelt zich dan alsnog een chronische actieve hepatitis B. Dit is een zeer uitzonderlijke situatie, maar het is wel voldoende reden om deze kinderen onder controle te houden. Omgekeerd is er ook een kans dat een chronische inactieve hepatitis toch geneest. Deze kans wordt op ongeveer 10 % geschat.

Bij uitzondering kan bij een chronische inactieve hepatitis B ook het HBeAg positief blijven, indien het kind als baby is besmet. Pas in de adolescentie kan het nodig worden deze kinderen te behandelen aangezien bij volwassenen meestal wel ziekte-activiteit optreedt. Onduidelijk is of dit ook op jongere leeftijd gebeurt. Daarom wordt tot nu nog geen behandeling gestart, tenzij uit leveronderzoek blijkt dat er wel activiteit aanwezig is.

Chronische actieve hepatitis B-infectie

Bij een chronische actieve hepatitis blijven HBsAg en HBeAg in het bloed aantoonbaar. Niet iedereen met een chronische actieve hepatitis heeft klachten. Algemene vermoeidheidsklachten, plotseling opkomende vermoeidheid, vlagen van misselijkheid of buikpijn, spier- en gewrichtspijnen kunnen voorkomen. Bij chronische actieve hepatitis B veroorzaakt het virus een langdurige ontsteking in de lever. Door deze leverontsteking kunnen na 10-25 jaar littekens in de lever ontstaan. Deze littekenvorming heet fibrose. Uiteindelijk kan fibrose overgaan in een ernstiger vorm, die cirrose genoemd wordt. Bij cirrose wordt de doorbloeding van de lever bemoeilijkt. Dit kan leiden tot ernstige complicaties.

Soms wordt het virus na jaren spontaan door het afweersysteem opgeruimd. Dit gebeurt echter zelden (< 1 % per jaar). Het verdwijnen van het virus wordt soms voorafgegaan door een tijdelijke stijging van de leverenzymen. Om de activiteit van het virus goed in het oog te houden, is het belangrijk om onder controle van een specialist te blijven.

Emotionele hulpverlening is een deel van de behandeling

De impact van een hepatitis B-diagnose dient niet onderschat te worden. Emotionele hulpverlening voor het gezin en voor het kind nadien moeten integraal deel uitmaken van welke geboden behandeling dan ook. Patiënten hebben een ziekte die een mensenleven lang kan duren. Gezinnen moeten ook attent worden gemaakt op de verschillende manieren van overdracht. Eens het kind adolescent wordt, zou hij/zij advies moeten krijgen over de veranderingen in levensstijl en het risico om via seksuele betrekkingen het hepatitis B-virus over te dragen.

Hoe worden de andere gezinsleden het best beschermd?

Inenting tegen hepatitis B is van essentieel belang bij gezinnen die overwegen een buitenlands kind te adopteren. Het risico dat het geadopteerd kind besmet is, verschilt naargelang van het land van oorsprong. Als elk gezinslid immuun gemaakt is vooraleer het geadopteerde kind in zijn nieuw thuisland aankomt, is er geen risico het virus over te dragen op andere gezinsleden. Vrienden of anderen die nauw contact zullen hebben met het kind wensen misschien ook immuun gemaakt te worden. Raadpleeg je arts om te bepalen wie buiten het kerngezin immuun moet worden gemaakt.

Behandeling

Het is raadzaam alle kinderen met een chronische actieve hepatitis B onder regelmatige controle van een specialist te houden. Wanneer het een stabiele inactieve infectie betreft, moet het aantal controlemomenten van geval tot geval bekeken worden. Bij een actieve infectie of in een periode waarin behandeling wordt ingezet, zijn meestal frequenter bezoeken aan de specialist noodzakelijk. De arts kan het noodzakelijk achten om aanvullend onderzoek te doen door middel van echo, CT-scan, MRI-scan of leverbiopt.

Behandeling op jonge leeftijd is slechts in hoge uitzondering noodzakelijk. Behandeling in de adolescentie wordt overwogen bij patiënten met een chronische actieve hepatitis B. Het doel van de behandeling is om de infectie van een actieve naar een inactieve infectie te krijgen, waardoor leverschade op latere leeftijd wordt voorkomen. Soms lukt het om met medicijnen het virus te klaren, soms alleen het te onderdrukken. Medicijnen die voor de behandeling van kinderen worden toegepast zijn peg-interferon en lamivudine.

Besmetting

Bij een niet-actieve hepatitis is de mate van besmettelijkheid laag, maar niet nul. Dit in tegenstelling tot een chronisch actieve hepatitis, waarbij de mate van besmettelijkheid hoog is. Wanneer de voorzorgsmaatregelen in acht genomen worden, is het voldoende dat alleen het gezin zich laat vaccineren. Het risico van besmetting van andere kinderen op de peuterspeelzaal of op school is gering, omdat een intacte huid voldoende beschermt. Bloed-bloedcontact kan eventueel ontstaan door het bijten van elkaar, het bijten op speelgoed (bij hele jonge kinderen, bij wie bijvoorbeeld de tandjes doorkomen) of door gezamenlijke ongelukjes.

Overdracht vindt voor zover bekend niet via speekselcontact plaats. Normale sociale contacten hoeven daarom niet gemeden te worden. Bij verwondingen dienen onderstaande hygiëneadviezen in acht genomen te worden. Wanneer adolescenten seksueel actief worden, is het verstandig om goede voorlichting te geven over het besmettingsrisico en het voorkomen van besmettingen middels condoomgebruik. Deze voorlichting valt binnen het kader van SOA-voorlichting in het algemeen.

Hygiëne

Hieronder enkele praktische adviezen om besmetting te voorkomen:

  • Vermijd gemeenschappelijk gebruik van tandenborstels, nagelscharen, nagelvijlen, enz. Plaats tandenborstels niet samen in een beker.
  • Dek wondjes goed af met een waterafstotende pleister.
  • Draag wegwerphandschoenen bij de verzorging van bloederige ongelukjes en bloedneuzen.
  • Ruim gemorst bloed meteen op: maak het oppervlak eerst huishoudelijk schoon met een sopje en desinfecteer daarna de plek met een chlooroplossing (voor grote oppervlakken en sanitair) of alcohol 70 % (voor kleine oppervlakken als speelgoed). Gebruik plastic handschoenen.
  • Was met warm water en zeep als er bloed op de huid komt.
  • Was eetgerei af volgens de normale procedure met ruim water.
  • Was kleding en linnengoed met bloedvlekken bij voorkeur op 60° C in de wasmachine in een volledig wasprogramma.

Aan wie vertel je het?

Students answering teacher questionOuders zijn niet verplicht om een hepatitis B-infectie bij hun kind op school te melden, omdat er bij normaal sociaal contact geen risico op besmetting is. Indien de school hiervan wel door de ouders op de hoogte wordt gesteld, mag ze (volgens de privacywet) deze informatie niet bekendmaken aan de andere ouders.

Het staat ouders natuurlijk vrij om mensen in de directe omgeving, zoals familie en bijvoorbeeld de leerkracht op school, wel in te lichten over de hepatitis B-infectie. Enkele adviezen wanneer je overweegt het aan derden te vertellen:

  • Bedenk goed aan wie je het wil vertellen. Uitgesproken woorden kunnen niet meer teruggenomen worden!
  • Vertel het aan een selecte groep om sociale uitsluiting van je kind te voorkomen.
  • Geef mensen aan wie je het vertelt informatie over hepatitis B.
  • Geef aan dat hepatitis B niet overdraagbaar is via speeksel, hoesten, gedeeld gebruik van bestek of een kopje en normaal sociaal contact.
  • Benadruk dat je kind een normaal sociaal leven kan en wil leiden, zoals ieder ander kind.

Een kind zoals ieder kind…

Omdat de meeste kinderen niets merken van hun ziekte en thuis en op school met alles kunnen meedoen, is het belangrijk dat ze behandeld worden zoals alle andere kinderen. Het kan zowel het kind als de gezinsleden helpen om op een ontspannen manier met de ziekte om te gaan. Voor meer informatie kan je contact opnemen met VHPB Executive, Universiteit Antwerpen, Universiteitslaan 1, 2610 Antwerpen – tel. 03 820 25 23


De inhoud is gebaseerd op de informatie van

  • brochure ‘hepatitis b bij (adoptie)kinderen’ van het Nationaal Hepatitis Centrum Nederland. Dit centrum is helaas niet meer actief, maar de werking werd overgenomen door de leverpatiëntenvereniging. http://www.leverpatientenvereniging.nl/
  • brochure ‘you’re adopting a child from abroad – what you should know about hepatitis b’ – Viral Hepatitis Prevention Board. De Viral Hepatitis Prevention Board is een multidisciplinaire groep van experts, die betrouwbare informatie en advies over hepatitis B verschaft. http://www.vhpb.org/